Stoelstraat
Op de hoek van deze pittoreske straat was in de 17de eeuw een herberg genaamd ‘Het Stoelken’. Het pand op nr 11 is het enige originele houten woonhuis in Antwerpen dat de tand des tijd heeft doorstaan. Tot omstreeks het midden van de 16de eeuw werden de meeste woningen nog uit hout opgetrokken. Typisch voor deze woningen was het “stijl- en regelwerk”. Het skelet bestaat uit verticale, horizontale en schuine balken. Tussenliggende muurvlaken werden opgevuld met geweven takken bestreken met leem, of met ‘briefpanelen’ voor begoede woningen. Dit zijn panelen met verticale lijnen, alsof het paneel gevouwen is (cfr Zwartzusterstraat 10-12). De ramen zijn tweeledig omwille van hun verankering op het houten skelet. Horizontale druiplijsten werden aangebracht om slijtage ten gevolge van afstromend regenwater te vermijden. Deze lijsten zijn afgeschuind en waren hol onderaan. Zij vormen later de basis voor de bak- en zandsteen architectuur. De driehoekige top werd versierd met gotisch maaswerk bestaande uit spitsbogen, drielobbige bogen en klaverbladmotieven. Steen werd enkel gebuikt voor funderingen, kelders en muren tussen de huizen onderling. Daarnaast werden per verdieping de bouwlagen overkragend uitgebouwd om de interne ruimte te vergroten. Aangezien op die manier de bovenste verdiepingen het meeste natuurlijke lichtinval genoten, bevonden de woonkamers zich daar. In de smalle straatjes kreeg men door de overkragingen weinig lichtinval, maar een paraplu was amper nodig! Een brand ging zo wel gemakkelijk over van het éne huis op het andere. Dit was dan ook de reden waarom men vanaf 1546 besloot enkel nog stenen huizen op te trekken.